Ingrid Wagenaar is enthousiast tuinier en oud-journalist. Voor Groei en Bloei
Sneek schrijft ze over het wel en wee van haar tuin aan de Obe Postmastraat
in Sneek. Een paar jaar geleden won haar tuin de prijs van Groei en Bloei voor
mooiste tuin van Sneek en ook in 2025 kreeg haar tuin weer een eervolle
vermelding. De tuin, met de toepasselijke naam De tún fan Obe Postma, is op
afspraak voor groepen en tijdens het Nationaal Tuinenweekend op 20 en 21
juni ook in 2026 weer open.
De vurige border
Er zijn van die tuinen die je niet maakt, maar die je overkomen. Mijn ‘vurige border’ is er zo één. Wat begon als een plan voor een warmgekleurde strook vol geel, rood en oranje, is inmiddels een levendig toneelstuk waarin elke plant zijn eigen rol opeist. En ik? Ik kruip er tussendoor op mijn knieën, als een regisseur die voortdurend figuranten moet wegsturen.
Blauwe boshyacinten die zich nergens iets van aantrekken. Knalroze papavers, die denken dat ze de hoofdrol hebben. Ze komen massaal op uit het zaad dat zich in de maagdelijke grond maar al te thuis voelt. Normaal zou ik ze omarmen, maar in deze border passen ze niet in het kleurenpalet. Dus verhuisde ik er een aantal naar de achtertuin, waar ze vervolgens sip stonden te kijken in de droogte.
Ik heb van alles gezaaid — en dat is bij mij doorgaans een hachelijke onderneming — maar dit jaar lijkt het beter te gaan. Ik droom van kleine groepjes IJslandse papaver, goudsbloemen en Oost-Indische kers. Een eenvoudige combinatie, maar in Gent zag ik hoe die drie samen een vrolijke explosie vormen. Daar stonden zelfs laatbloeiende tulpen tussen in dezelfde warme tinten. Het was alsof iemand met een penseel vol zonlicht door de tuin was gegaan.
Tijdens één van mijn tuinuitstapjes, viel mijn oog op een Saruma, een geurende hoefbloem die ik nog niet kende. Zachtgele bloemetjes op een licht behaard blad — een beetje verlegen, maar wel maandenlang bloeiend. En hij kan ook nog eens tegen schaduw. Zo’n plant die je zonder aarzelen een kans geeft, al is het maar omdat hij zo bescheiden staat te stralen.
In de vijver is het ondertussen feest. De Kaapse lelie bloeit alsof hij jarenlang op zijn moment heeft gewacht. Nu de meerkoeten hem niet meer kaalvreten, toont hij zich in volle glorie. De goudwindes, altijd wat voorzichtig na de winter, zwemmen weer bovenin. Tegen de avond springen ze bij de kant op om mugjes te vangen. Een klein natuurdocumentaire-momentje in eigen tuin.
Maar waar licht is, is ook schaduw. In de kas van mijn man hebben de muizen hun eigen feestje gevierd. Terwijl wij ons verheugden op het eerste maaltje verse spinazie, had een
muizenfamilie besloten dat dit een uitstekend moment was voor een uitgebreid diner. Nieuwe rijen zijn inmiddels gezaaid, in de hoop dat de muizen buiten de kas genoeg alternatieven vinden. De druif in dezelfde kas trekt zich van dit alles niets aan en groeit met uitbundige scheuten. De eerste mini-druifjes zitten al in de knop. Straks maakt mijn man er weer zijn heerlijke druivensap van. Ik verheug me er nu al op.
Ingrid Wagenaar