Sneek

Ingrid Wagenaar is enthousiast tuinier en oud-journalist. Voor Groei en Bloei
Sneek schrijft ze over het wel en wee van haar tuin aan de Obe Postmastraat
in Sneek. De tuin, met de toepasselijke naam De tún fan Obe Postma, is voor
groepen te bezichtigen op afspraak en was ook tijdens het Nationaal
Tuinenweekend op 20 en 21 juni j.l. open.


Zomerse temperaturen
Zomerse temperaturen, eindelijk. Die lange dagen waarop de tuin tot laat in de avond
doorademt, de lucht zacht blijft hangen en je bijna vergeet dat er ook nog zoiets bestaat als
binnen. Mijn blauwe Agapanthus vond het blijkbaar ook tijd voor een feestje: vijf bloemen
dit jaar. Voor sommigen misschien een magere oogst, maar na die ene schamele bloem van
vorig jaar voelt het als pure luxe. De floxen doen er nog een schep bovenop — een
kleurenexplosie die elk mens vrolijk maakt. De donkerpaarse ruil-exemplaren van vorig jaar
staan nu gebroederlijk naast de witte en brengen precies dat beetje rust waar de border om
vroeg.

De vlinderstruik is dit seizoen niet te stoppen. Als de wind goed staat, ruik ik hem tot in de
woonkamer. Vlinders lijken het met me eens: ze dansen van tros naar tros , ik spotte het
oranjetipje, de gehakkelde aurelia, distelvlinder, koolwitje, en citroenvlinder. En ja hoor, ook
dit jaar weer een kolibrievlinder. Dat blijft toch een cadeautje, zo’n onverwachte flits van
elegantie.

Maar schoonheid komt dit jaar met een prijs. Het is droog. Zo droog dat we water uit de
sloot pompen om de boel overeind te houden. De hortensia’s hangen overdag suf en slap, ’s
avonds iets minder dramatisch, maar nog steeds niet genoeg. Zaailingen verschroeien waar
ik bij sta — extra pijnlijk als je ze gekregen hebt en je ze graag trots had willen showen.
Andere planten lijken geen last van de hitte en droogte te hebben. De blauwe regen
bijvoorbeeld, die groeit ondertussen tot in de slaapkamer. Ik zag mijn snoeigrage man al
begerig naar de uitlopers kijken.

Tussen alle tuinbezoekers door ben ik zelf ook op pad geweest. Dat levert altijd stof tot
nadenken op: herkenbare uit-de-hand-gelopen situaties, verrassende kleurencombinaties,
nieuwe varianten, grappige vondsten. Ik maak overal foto’s van, om in de herfst nog eens
rustig doorheen te bladeren. Inspiratie is welkom, vooral voor de achterkant van mijn
nieuwe vurige border. De border zelf is wonder boven wonder al bijna dichtgegroeid, maar
voor de achterkant daarvan … daar twijfel ik.

Oost-Indische kers, goudsbloemen, IJslandse papaver — het plan lag klaar. Maar ineens voelt
het saai. Eigenlijk zouden er Heuchera’s moeten staan. Die prachtige varianten die ik ooit in
Drenthe in Erica zag bij een kweker: brons, geel, zalmroze, purper. Niet gekocht toen, want
Heuchera’s en mijn tuin zijn geen match. Ze verpieteren, verdwijnen, doen alsof ze nooit
bestaan hebben. En toch lonkt de verleiding. Misschien moet ik het gewoon nog één keer
proberen. Toch nog maar even een nachtje over slapen.
Ingrid Wagenaar